nl
X

Er zijn nog geen producten in uw winkelwagen geplaatst.










De belangrijkste resultaten van mindfulnesstraining zijn:
  • Je wordt je meer bewust en je krijgt meer inzicht van je gedachtenpatronen, je reacties, je handelen, je emoties en gemoedstoestanden (en de keuze om daar soms anders mee om te gaan)
  • Je kunt meer afstand nemen van problemen.
  • Je geniet bewuster en intenser.
  • Je krijgt meer energie tot je beschikking.
Daarnaast:
  • Verbetert je vaardigheid om om te gaan met stressvolle gebeurtenissen of momenten wanneer het niet gaat zoals je wilt
  • Kun je je beter concentreren (meer focus en minder piekeren)
  • Kun je beter je grenzen aan geven (meer bewustwording)

Mindfulness geeft een vermindering van:
  • Stress-symptomen (zoals o.a. hoge bloeddruk, vermoeidheid, slapeloosheid).
  • Slaapproblemen en vermoeidheid in het algemeen
  • Depressie en angst
  • (chronische) Pijn
  • Psychische gevolgen van ernstige ziekte en tegenslag

Hoe werkt dat dan?
Prettig én belangrijk
Ontspanning vinden we belangrijk omdat het prettig is. Maar ontspanning is ook een levensnoodzaak: in ontspannen staat vinden herstel-, leer-, en voedingsprocessen plaats die onder spanning niet mogelijk zijn. Ontspanning is dus meer dan belangrijk: het is noodzakelijk om te overleven.

Bewust van patronen
Mindfulness training leert je om bewust te worden van de patronen van denken en doen die stress veroorzaken. Je wordt je bewust dat stresspatronen manieren zijn van automatisch reageren die, hoewel ze het goed bedoelen, het meestal erger maken in plaats van minder erg en daardoor niet adequaat zijn. Deze bewustwording geeft meteen een manier om er anders mee om te leren gaan, want niemand kiest bewust voor stressvolle reacties.

Diepe ontspanning
Zo leer je – paradoxaal genoeg – te ontspannen mét de spanning, het ongemak, het verdriet of de pijn. Dit wordt ook wel ‘diepe ontspanning’ genoemd, omdat je leert ontspannen met de ervaringen – prettig of onprettig – wanneer ze zich primair voordoen, zodat de hele stressreactie niet op gang hoeft te komen.

Het geheim van genieten
Het geheim van genieten is dat het gebonden is aan het hier en nu. Een prettige herinnering, een fantastische droom of een leuk vooruitzicht kan plezier geven – maar dat is toch anders dan genieten van dit moment. 
En dat doe je door met volle aandacht aanwezig te zijn, lichaam en zintuigen. Ruiken, zien, proeven, voelen. Aanleidingen tot genieten dienen zich vanzelf aan: een fluitende vogel, een koel glas water, een verse appel, schone frisse lakens. Doodgewone, alledaagse dingen. Als we kunnen genieten, hoeven we niet ver te zoeken. Ons vermogen om te genieten is altijd aanwezig. Je verleert het niet.


Zinnelijk
Dus: met mindfulness leef je intenser. Je leert afstand te nemen van de spinsels in je hoofd. Je ontspant gemakkelijker en de geest wordt rustiger. Er ontstaat een hogere mate van bewustwording, vooral ook van de zinnelijke aspecten van ieder moment.
Er is veel onderzoek gedaan naar het resultaat van mindfulness. Dit laat zien dat mindfulness zorgt voor een hogere kwaliteit van leven en dat het positieve veranderingen teweeg in cognitief en neurobiologisch functioneren. Ook transformeert mindfulness de manier waarop iemand naar zichzelf en naar de wereld kijkt en daar vervolgens op reageert. Deze brede werkzaamheid zorgt ervoor, dat mindfulness voor heel veel mensen van waarde is.


Onderzoeksresultaten
Stress en kwaliteit van leven
In een meta-analyse van Chiesa en Seretti (2009) wordt het effect van mindfulness bij gezonde individuen onderzocht. Uit dit onderzoek kan men concluderen dat mindfulness de kwaliteit van leven kan verbeteren. Zo bewees mindfulness, gegeven aan een niet-klinische groep, effectief te zijn in het verminderen van stress, piekeren en angst, en in het vergroten van empathie en zelfcompassie.

Neurofysiologie
Ivanovski en Malhi (2007) stelden een overzichtsstudie op over inzichtmeditatie, mindfulness en neurofysiologische effecten. Neurologische effecten kunnen worden gemeten met elektro-encefalografie (EEG) en functionele magnetische resonantie (fMRI) -beelden. Een belangrijk onderzoek uit de overzichtstudie is het onderzoek van Dunn en collega’s (1999). Zij ontdekten dat mindfulness zorgde voor onder andere meer theta, alpha en gamma activiteit in de hersenen. De theta activiteit hing sterk samen met ervaring in meditatie. Deze bevindingen wijzen op verhoogde aandacht, alertheid en cognitieve activiteit (taken, werkgeheugen) na het praktiseren van mindfulness.

Aandacht  en concentratie
Het onderzoek van Valentine en Sweet (1999) liet zien dat mindfulness mediterenden significant beter presteerden bij concentratie-testen. Verder toonden Jha, Krompinger en Baime (2007) aan dat mensen na een mindfulness training beter hun aandacht konden richten op het huidige moment. Tang en collega’s (2007) vonden dat de mindfulness beoefenaars significant beter presteerden in de uitvoerende aandachtstaken in vergelijking met een controlegroep die ontspanningstraining kreeg.

Immuunfuncties
Davidson en collega’s (2003) voerden een gerandomiseerd onderzoek uit naar de effecten van mindfulness op het immuunsysteem. Na de training werden alle deelnemers geïnjecteerd met een griepvaccin teneinde effecten van mindfulness op het immuunsysteem te onderzoeken. Een verbeterd functioneren van het immuunsysteem werd gevonden bij de mindfulnessgroep in vergelijking tot de controlegroep.

Werk
Klatt en collega’s (2008) voerden een gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek uit om de effectiviteit te onderzoeken van een niet intensieve mindfulness training, gegeven aan gezonde volwassenen op een werksetting. Werknemers lieten na het volgen van de training hogere niveaus van mindfulness vaardigheden zien en significante verminderingen in waargenomen stress in vergelijking met de controlegroep.

Slaapproblemen
Winbush en collega’s (2007) stelden een overzichtstudie op over het effect van mindfulness op slaapproblemen. Zij concludeerden dat er bewijs is om te suggereren dat het praktiseren van mindfulness leidt tot verbeterde slaap en dat bij deelnemers van een mindfulness training een vermindering is waar te nemen van slaapverstorende processen (zoals piekeren).

Angststoornissen
Miller, Fletcher en Kabat-Zinn (1995) voerden een onderzoek uit, zonder controlegroep, om de effectiviteit van mindfulness te onderzoeken bij mensen met een angststoornis. Na het volgen van de training lieten de deelnemers een afname zien in angst en paniek. De resultaten waren na drie jaar follow-up nog steeds behouden.

Chronische ziekten
Bohlmeijer en collega’s (2009) voerden een meta-analyse uit naar de effecten van een mindfulness training bij mensen met een chronische ziekte. In totaal werden acht gerandomiseerde effectstudies ingesloten. De doelgroepen in deze studies betroffen mensen met slaapproblemen, kanker, chronische pijn, fybromyalgie of hartproblemen. Gemiddeld werd een klein effect op de vermindering van depressie gevonden en een gemiddeld effect op de vermindering van angst.

Chronische pijn
Oskam en collega’s (2009) voerden een meta-analyse uit naar de effecten van op acceptatie gebaseerde interventies op chronische pijn. In totaal werden vijftien gecontroleerde studies gevonden en meegenomen in de meta-analyse. In twaalf studies betrof de interventie een mindfulness training. De doelgroepen betroffen vooral mensen met chronische pijn, fybromyalgie en gespecificeerde pijn (bijvoorbeeld lage rugpijn). Significante verminderingen van pijnintensiteit en depressieve klachten werden gevonden.

Depressie
Onderzoek naar de effecten van mindfulness bij mensen met depressieve klachten toonde een afname in angst en depressieve klachten (Kenny en Williams, 2007; Finuncane en Mercer, 2006). Het bewijs voor de effectiviteit van mindfulness bij mensen met drie of meer depressies in het verleden is het sterkst. Teasdale en collega’s (2000) vergeleken een mindfulness behandeling met reguliere zorg. Zij vonden grotere effecten bij de mindfulness behandeling bij mensen die vaker dan twee keer een klinische depressie hadden gehad in het verleden.

Verslaving
Er is bewijs voor de effectiviteit van mindfulness bij het verminderen van alcoholverslaving en middelenmisbruik. Marlatt en collega’s (2004) ondersteunen dit met hun onderzoek, uitgevoerd bij gedetineerden en niet-gedetineerden, door een vermindering van alcohol- en middelenmisbruik na de training, het verbeteren van drankgerelateerde cognities en het verbeteren van optimisme, zelfregulatie en motivatie.

Eetstoornissen
Telch en collega’s (2001) lieten effecten zien van een mindfulness behandeling bij vrouwen met binge eating disorder. Na het volgen van de training had 89% van de deelnemers geen eetbuien meer, in vergelijking tot 12,5% van de controlegroep. De deelnemers van de op mindfulness gebaseerde training hadden minder drang te eten als zij emotioneel waren en maakten zich minder zorgen over hun gewicht, figuur en eetpatronen.